Vier facts over het puberbrein

Als je maandag hebt meegedaan met de Quiz, dan ben je nu vast erg benieuwd naar de antwoorden! (Spoileralert! Wilde je de test nog maken, lees dan niet verder!) Maar ook als je hem niet hebt gemaakt ben je vast benieuwd naar een aantal facts over het puberbrein. Het helpt mij altijd om positief naar pubers te kijken. Want als je weet wat er gebeurt in het hoofd van een puber, kan je zijn of haar gedrag veel beter begrijpen. En dan vallen veel dingen ineens op hun plaats. Dus daar gaan we:

  1. Het zal je misschien verbazen; het antwoord op de eerste vraag was 6 jaar. Op die leeftijd bereiken de hersenenen al 95% van hun uiteindelijke grootte. Nu begrijp je ineens waarom het hoofd van kinderen in verhouding al zo groot is, haha! De hersenen zijn dan dus al bijna ‘af’, maar er verandert nog wel veel in de structuur ervan. Het brein van jongeren is dan ook nog heel flexibel. Het kan nog alle kanten op. Het antwoord was dus 2.
  2. Puberteitshormonen hebben in de hersenen een directe invloed op motivatie en sociale interesse, het eerste antwoord. Hormonen hebben een invloed op de ontwikkeling van de hersenen. Voornamelijk de hersengebieden die belangrijk zijn voor emoties worden beïnvloed door puberteitshormonen. Dat zul je maar al te goed herkennen: het ene moment kan een puber poeslief zijn en het andere moment is het huis te klein.
  3. Oepsie, deze vraag was een instinker. De identiteit van een puber wordt namelijk gevormd door de sociale interactie met leeftijdsgenoten. Die leeftijdsgenoten ook wel peers genoemd (maar dan in het Engels natuurlijk). Het gedrag van een puber wordt geaccepteerd of afgewezen door peers. Door de reacties van hun leren pubers kennen waar ze goed in zijn, wat hen goed staat en gaan ze experimenteren. En daardoor wordt hun identiteit gevormd, het antwoord was dus 1.
  4. Bij deze vraag was het laatste antwoord goed. Jongeren hebben andere vriendschapsvormen dan toen ze kind waren. Er zijn vier belangrijke veranderingen: allereerst brengen ze natuurlijk veel meer tijd met peers door, op school, na school en online. Daarbij worden ze ook nog eens minder in de gaten gehouden door hun ouders, ze doen dingen meer zelfstandig. Samen naar de stad bijvoorbeeld. Een derde verandering (die stond alleen niet bij de antwoorden) is dat de samenstelling van vriendschap anders wordt. Eerst gaan jongens alleen met jongens en meiden met meiden, maar vanaf 15 jaar kunnen jongens en meiden in dezelfde vriendengroep zitten. De laatste belangrijke verandering is dat jongeren op zoek gaan naar hun identiteit door zich te identificeren met de groep waartoe ze behoren. Ze dragen dezelfde kleding en gedragen zich hetzelfde. Een groot verschil ten opzichte van vriendschap in de kindertijd.

En, had je het een beetje goed? Of was dit totaal nieuw voor je? Een super interessant en leuk boek om te lezen over het puberbrein is het boek van ontwikkelingspsycholoog Eveline Crone. Je zult veel herkennen van je eigen jeugd of die van je kind. Echt een aanrader.

Bron: Eveline Crone, Het sociale brein van de puber, 2012, p. 34, p. 36, p. 105, p. 153

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *