Bijbellezen aan tafel, je diepste vreugde?

Veel gelovige ouders lezen uit de (kinder)bijbel na het avondeten met hun kinderen. Of, als je op mij lijkt, dat zou je eigenlijk willen doen, maar het mislukt nog wel eens. (Op dat laatste hebben we als gezin overigens wat gevonden: een Waanzinnig Belangrijk Doel. Daarmee nemen we als gehele gezin verantwoordelijkheid in het Bijbellezen. Maar daar kun je vrijdag meer over lezen).

De beste levensweg

In Psalm 1 lees je dat de beste levensweg die weg is waar je je diepste vreugde vindt in Gods Woord. Hier ben je dag en nacht mee bezig. Deze way-of-life maakt werkelijk gelukkig! Maar zien onze kinderen ons op deze gepassioneerde wijze met de Bijbel omgaan? Ze letten namelijk niet alleen op wat we zeggen, maar ook wat we doen en hoe we dat doen. Zo is het ook bedoeld (Deut. 6).

Misschien worstel je daar net als ik wel mee. Gelukkig hebben we goede gewoonten (of kunnen we die aanleren) waar we wél die passie voor de Bijbel kunnen gaan communiceren. In woorden, daden en houding. En juist het samen uit de (kinder)bijbel lezen bij het eten is bij uitstek zo’n moment!

Kies daarom een goede (kinder)bijbel uit en lees daar met passie uit voor. Verhef je stem als er staat: “toen riep zei:…”. Praat zachtjes als het spannend wordt. Betrek je kinderen meer door tussenopmerkingen te maken: “Echt niet normaal, vind je wel?”. Wapper met je handen, gebruik je mimiek.  Maar whatever you do: Lees niet zouteloos voor. Liever één paragraaf met passie, dan een heel verhaal gehaast omdat de muziekles zo begint.

Stel je voor…

De Stel-je-voor methode kan je daarnaast helpen om het Bijbelverhaal dichterbij te brengen en lokt gesprek uit. Ik leerde deze manier toen ik het vak Bijbelse Geschiedenis ging geven op openbare basisscholen.

Daar bleek dat ‘gewoon’ het Bijbelverhaal vertellen en uitleggen niet voldoende was. Het was als luisteren naar de ontstaansgeschiedenis en handleiding van de VCR (Video Cassette Recorder): Iets van vroeger, soms interessant, niet relevant voor vandaag en zeker niet iets dat je hart raakt.

Ik moest dus op totaal andere wijze naar de Bijbelverhalen gaan kijken vanwege mijn totaal andere publiek. En dit bleek ook een echte verrijking voor het Bijbellezen met mijn eigen kinderen!

De ‘stel-je-voor-vragen’ helpen het kind om ook zélf na te denken over de betekenis van het Bijbelverhaal, zodat het Woord gaat leven en de rijkdom ervan geproefd wordt

Voorbeeld hoe bijbellezen werkt

Je begint met een ‘stel-je-voor-vraag’, daarna lees je het Bijbelverhaal voor om vervolgens het eigen antwoord op de ‘stel-je-voor-vraag’ te spiegelen aan het antwoord dat het Bijbelverhaal geeft. De stel-je-voor-vraag heeft dus te maken met het Bijbelverhaal.

Stel je voor dat je erachter zou komen dat je beste vriendin tegen anderen gezegd heeft dat ze niets met je te maken wil hebben. Hoe zou je dat vinden? Wat zou je doen? Wie zou het goed moeten maken zij of jij? Goede kans dat je kinderen vinden dat de vriendin het goed moet maken, logisch toch?

Maar nu ga je het verhaal van Petrus’ verloochening (Joh 18:25-27) en Petrus en Jezus bij de zee van Tiberias lezen (Joh 21:15-19). Na dit verhaal vergelijk je het antwoord van de kinderen met wat Jezus deed: Wie zette de eerste stap om het goed te maken? Jezus, ook al was het Petrus’ eigen schuld. Waarom zou Jezus dat doen? Wat kun jij daarvan leren? Hoe kunnen we elkaar hierbij helpen?

Met de eerste stel-je-voor-vragen, breng je de kinderen in eenzelfde situatie als Jezus die verloochend werd. Het verhaal van de verloochening wordt zo iets wat ze zelf ‘voelen’, wat Jezus’ reactie des te bijzonderder maakt, want wij zouden van nature iets anders doen.

Nog een voorbeeld

Een ander voorbeeld (die ik aan mijn klas vroeg): Stel je voor, God zou echt bestaan. Of je dat nu gelooft of niet, we stellen het ons nu even voor: Zou God ook moeilijkheden in je leven moeten toelaten? (indien ‘nee’: Maar wat als Hij weet dat je hier uiteindelijk sterker uit komt?)

Hierna vertel je het verhaal van Jozef die verkocht wordt aan slavenhandelaren door zijn broers. Ik stelde toen de vraag: “Wat vind je van God in dit verhaal?”. Een leerling zei: “Hij had ervoor moeten zorgen dat dit niet gebeurde!”. En een ander zei: “Hij had tegen die broers moeten zeggen: je gooit je broer toch niet in de put?”.

Whatever you do: Lees niet zouteloos voor.

Uit deze antwoorden leid ik af: Als er een God is, dan moet Hij je helpen als het moeilijk wordt in je leven en Hij moet aangeven wat goed en fout is én Hij moet voor je in de bres springen. Hierover ga je in gesprek. In het vervolg van het verhaal over Jozef kun je hier op terug komen: Helpt God uiteindelijk toch wel? Heb jij dat wel eens ervaren?

Soms kun je ook vragen stellen over de hoofdpersoon van het Bijbelverhaal: “Stel je voor jij zou meemaken wat Jozef meegemaakt had, zou jij hoop kunnen houden op een goede afloop?”. “Hoe blijf jij eigenlijk vertrouwen houden?”.

Betekenis geven

Uiteraard moet je als ouder je kinderen soms helpen om de diepere betekenis achter het verhaal te grijpen als hem dat niet lukt, want ook dat is je rol als ouder. Maar juist de ‘stel-je-voor-vragen’ helpen het kind om ook zélf na te denken over de betekenis van het Bijbelverhaal, zodat het Woord gaat leven en de rijkdom ervan geproefd wordt. Zo help je ze hun eerste stappen te zetten op de weg van Psalm 1.

 

Dit gastblog is geschreven door Bram Koerts (38). Hij is getrouwd met Anka en vader van 3 prachtige kinderen. Hij studeerde aan de Pabo, waardoor hij nu af en toe voor de klas staat. Inmiddels is hij ook bijna afgestudeerd als theoloog en deelt hij graag zijn kennis over geloofsopvoeding met anderen. 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *